Sint Antonius en Martinusgilde - Cuijk

Ouderdom

Behoudens de Martinusparochie is het Sint Antonius en Martinusgilde ongetwijfeld de oudste organisatie in Cuijk. Hoe oud het precies is, is echter niet bekend. Bij de oprichting van een schuttersgilde door de plaatselijk landsheer werd een oprichtingsacte, een 'caert', opgemaakt. Vele gilden hebben hun caert nog, maar dit geldt helaas niet voor het Cuijkse gilde.

In 1933 verscheen het boek 'De Schuttersgilden en Schutterijen van Noord-Brabant' van de auteur J.A. Jolles. Bij gebrek aan enig ander bewijs stelde hij het oprichtingsjaar op 1635 zijnde het jaar waarin het oudste zilverstuk (het koningsjuweel) is gemaakt.

Enige jaren geleden werden op een zolder oude documenten gevonden, geschreven op perkament en sommigen voorzien van een zegel. Het bleken allemaal contracten van koop, verkoop en pacht te zijn, opgemaakt in de 16e en 18e eeuw op naam van het Sint Antonius en Martinusgilde. Het oudste document stamt uit 1504 en is een duidelijk bewijs dat het gilde inderdaad veel ouder is dan 1635. Er wordt in dit document geschreven over het gilde op een wijze die doet vermoeden dat het toen een al langer bestaande organisatie was. Diverse gilden in de omgeving zijn in de 15e eeuw opgericht. Een overeenkomstige stichtingsdatum voor het Cuijkse gilde zou dus niet onwaarschijnlijk zijn.

Naast de normale functies van een schuttersgilde had het Sint Antonius en Martinusgilde in Cuijk nog als extra taak het beheer van de armenzorg binnen de Martinusparochie. Rond 1860 werd deze taak van het gilde afgesplitst en inclusief administratie overgenomen door de Rooms Katholieke Parochiële Armenzorg. Een deel van deze administratie was vastgelegd in twee boeken. Het ene boek is getiteld: 'Renteboek behelsende de inkomste van den huijsarmen van Cuijk en Heeswijk onder de administratie van het Broederschap van St. Antoneus en St. Martinus binnen Cuijk'. Het andere is getiteld 'Register vande Incompsten toebehoorende den Huijssarmen tot Cuijk: bestaende in Landerijen, Coren, erff ende lossrenten, gevest opde Gildtmeesters van Sunte Marten ende Sunt Antuenis Broederscap vernieut ende beschreven den XVen Februarij 1647'.

Het eerste boek is niet expliciet gedateerd. De aantekeningen erin lopen echter parallel aan die in het andere boek. Ook verwijzen de boeken naar elkaar en zijn ze gelijk van constructie zoals het watermerk. Het lijkt daarom veilig om aan te nemen dat het 'Renteboek' eveneens dateert uit 1647. Beide boeken bevatten aantekeningen omtrent koop, verkoop, schenkingen en pacht van roerende en onroerend goederen.
Op pagina 5 uit het 'Renteboek' vinden we de aantekening dat ene Hermen Geurts uit Sint Agatha jaarlijks twee malder rogge afdraagt volgens een contract ('Segel en brieven') daterend uit 1453! Dit is tot nu toe de verst teruggaande aanwijzing betreffende activiteiten van het gilde. We mogen dus wel aannemen dat het gilde is opgericht ver voor 1635, minstens voor 1504 en mogelijk zelfs al voor 1453, de tijd van Jacoba van Beieren en Filips de Goede, toen Nederland eigenlijk nog niet eens bestond en Brabant deel uitmaakte van het Bourgondische rijk.

Zie: Door de eeuwen heen

Terug naar de inhoudsopgave